Leefomgeving

De kat als onmisbaar familielid

Onze kat die vroeger de muizen ving, komt tegenwoordig zelfs tot in ons bed. De mens heeft de kat dan ook steeds meer naar zich toegetrokken. De vraag is, blijven we onze kat nog wel als dier zien? Redactie stagiair Gabriëlla Stam was benieuwd hoe katteneigenaren de band met hun kat omschrijven en sprak met negen katteneigenaren en twee deskundigen.

Negen katteneigenaren ontmoetten elkaar digitaal en gingen met elkaar in discussie over drie stellingen. GZ-psycholoog Nienke Endenburg en bijzonder hoogleraar Antrozoölogie Marie-José Enders-Slegers beantwoordden vragen over dit onderwerp in een persoonlijk interview.

 

 

Stelling 1: Ik zie mijn kat niet altijd als dier

Enders-Slegers: “Mensen zijn ook dieren en we hebben ontzettend veel met elkaar gemeen. Dieren onderling, dus ook mensen met dieren. Wat er meestal wordt bedoeld met ‘vermenselijken’, is dat we ze allerlei dingen toedichten die horen bij mensen en misschien niet bij dieren. Het gebeurt nogal eens dat wij dus bijvoorbeeld dieren gaan aankleden alsof het poppen of kinderen zijn en ze dus niet meer dier laten zijn.” 

 

Caroline: “Je praat er natuurlijk tegen alsof het een volledig begrijpend gezinslid is.”

 

Angelique: “Ik praat er ook altijd tegen. Als de kleinsten in zo'n speelbui zijn en de oudste ligt te slapen, dan zeg ik tegen ze, ‘opa wil niet spelen, opa wil alleen maar slapen’. Dan denk ik, als mensen mij nu zien praten tegen die beesten denken ze dat ik gek ben.”

 

Lidy: “Ik vertel mijn katten ook hele verhalen en dan zitten ze me maar aan te kijken, en dan draaien ze zich om. Dan denk ik ja, daar heb je ook helemaal niks aan.” 

 

Evelien: “Ik denk dat mijn kat weet dat ik de enige ben die hem eten geeft, dus waarschijnlijk word ik geassocieerd met 'Oh, daar is mijn voedselmachine!’ Mijn kat is ook van kitten af aan gewend met een tuigje om te wandelen. Als we gaan fietsen heb ik een rugzakje waar hij in kan zitten. Mensen kijken wel raar, vooral als ze je zien lopen met een lijn. Dan denken ze dat er een hond aan loopt maar nee sorry, het is een kat!”

 

Janine: “Nu we in quarantaine zitten, heb ik drie puzzels gemaakt van 1500 stuks. Dan is mijn kat pissig omdat hij natuurlijk minder aandacht krijgt. Daarom heeft hij in een bak met puzzelstukjes gepist! Ik zie hem dan ook alleen als een dier en dan een heel vervelend dier als hij ergens pist waar het niet mag, want dat zie ik mijn man niet doen!”

 

Laura: “Het enige moment dat we ze echt als dieren aanzien is als we weer thuis zijn en als ze kattenkwaad uitgehaald hebben. Het zijn brave katten, maar ze hebben hun momenten.”

 

Anne: “Bij ons worden ze gezien als dier maar af en toe een beetje behandeld als verwende peuters.”

 

Els: “Bij mij worden ze ook wel als mens behandeld. Ik probeer ze ook kwalitatief eten te geven, dus eigenlijk zijn ze een beetje verwend en worden ze meer behandeld als mens dan als dier.”

 

Janine: “Er was een heel verdrietige periode in mijn leven en dan lag mijn kat boven te slapen en zat ik beneden te huilen zonder geluid, maar binnen een minuut zat hij naast me en dan denk ik: hoe kun je dan nou weten? Ik denk ook dat je dieren hebt met een oude ziel. Die maine coon van mij is zo dom, die komt volgens mij echt net kijken. Maar de zwarte kat is zo wijs, daar kun je echt mee praten. Het lijkt dan echt alsof hij je snapt, dus die wordt hier wel als een persoon behandeld.”

 

 

Stelling 2: Mijn kat staat op dezelfde plek als mijn kind(eren) of is als een kind voor me


Enders-Slegers: “Als mensen zeggen ‘hij is als een kind voor me’, zegt dat alleen iets over de aard van de relatie, en dat betekent dat zij emotioneel dichtbij het dier staan en zorgen voor het dier. Het is alleen maar een goede relatie wanneer je elkaar gewoon laat zijn wie je bent en je de kat de kat laat en oog hebt voor de natuurlijke behoeften van het huisdier.”

 

Caroline: “De kinderen gaan voor. Maar, ik ga kinderen en huisdieren natuurlijk niet vergelijken, dat is als appels met peren vergelijken. Ze krijgen van mij natuurlijk wel het beste wat ik kan geven en wat ik denk dat goed is.”

 

Janine“Bij ons zijn het ook zeker leden van de familie. Wij houden er ook heel veel rekening mee. Wij gaan nooit meer vliegen maar hebben een camper, zodat de katten altijd mee kunnen op vakantie.”

 

Angelique: “Ik heb geen kinderen, dus mijn katten zijn mijn kinderen. Maar mijn ouders zijn wel belangrijker dan mijn huisdieren.”

 

Evelien: “Het is mijn maatje en tijdens de scheiding van mijn ouders was hij echt wel mijn steun en toeverlaat.” 

 

Lidy: “Er zit wel echt een degelijk verschil in of je kind of je kat wat ergs overkomt. Dat is op een ander level. Toen ik mijn derde kind kreeg, had hij ontzettende allergieën waardoor ik m'n katten weg moest doen. Dat heeft me zoveel verdriet gekost. Na een paar jaar begonnen de kinderen er zelf over en toen was mijn jongste zoontje eroverheen gegroeid. Toen heb ik toch weer twee katten genomen waarvan er eentje binnen een maand overleden was. Ook kreeg mijn oudste dochter allergieën. Die wilde alleen niet dat ik de kat wegdeed, want als die niet in haar slaapkamer kwam was het wel oké.”

 

 

Stelling 3: Mijn kat is een onmisbaar familielid

Endenburg: “80 procent van de huisdier bezitters ziet zijn of haar huisdier als lid van het gezin. In onze maatschappij is er natuurlijk heel veel eenzaamheid en allerlei sociale structuren zijn afgebrokkeld. Je ziet steeds meer alleenstaanden, en mensen zijn veel meer van dorpen naar steden getrokken. Ik woon zelf in een klein dorp, dus stel je voor dat er iets met mij zou gebeuren en dat ik hier dood zou liggen. Dan weet ik zeker dat binnen een dag de buren op de stoep staan, terwijl je soms in de krant leest dat je wel drie maanden dood op je flat kan liggen. En dan zie je dat het huisdier daar heel erg die vervangende mens gaat worden.”

 

Janine: “Ik heb nu nog twee katten, maar als die overlijden wil ik zelfs geen goudvis meer. Dat is dan puur vanwege het verdriet omdat ik me heel erg aan mijn huisdieren hecht. Ze zijn voor mij dus wel onmisbaar, maar ik ga de katten als het ware niet vervangen.” 

 

Caroline: “Ik heb juist weleens een paar dagen nadat mijn vorige kat overleden was, een andere poes uit het asiel gehaald. Ik was zo verdrietig en ik vond het zo onmogelijk dat hij op negen jaar al versleten was. Ik had het gevoel dat ik op deze manier mijn liefde weer doorgaf aan een andere.”

 

Yara: “Voor mij is het hebben van katten ook onmisbaar. Ik heb sinds twee jaar PTSS, een angstziekte, en heb ‘s nachts heel vaak nachtmerries. Op een of andere manier voelen ze dat aan, en dan krijg ik altijd een kopje of eentje komt bij me liggen. Dan word ik weer wakker, dus voor mij zijn ze daarin vooral heel erg onmisbaar.” 

 

Laura: “Mijn katten zijn voor mij ook onmisbaar. Mijn vriend is diabeet en de katten merken het wanneer hij een hypo (een te lage bloedsuikerspiegel, red.) heeft. Ze komen mij dan wakker maken zodat ik mijn vriend kan helpen. Wanneer hij in de kliniek ligt, heb ik erg last van verlatingsangst. De katten komen dan bij me liggen en dat maakt me rustig. Ik heb vier jaar terug ook mijn zoontje verloren. Maart is altijd een heel moeilijke periode omdat hij dan geboren en overleden is. In die periode zitten de katten continu bij mij om me te troosten, dus ik zou geen van mijn katten kunnen missen.”

 

 

Conclusie

Over de eerste stelling, ‘ik zie mijn kat niet altijd als dier’, waren alle eigenaren het eens. Iedereen praat met haar kat en wil er de beste zorg voor geven. Ze worden verwend, maar het is wel echt duidelijk dat het een dier is als ze iets doen wat niet mag, zoals plassen in een bak met puzzelstukjes. 

 

De tweede stelling, ‘Mijn kat staat op dezelfde plek als mijn kind(eren) of is als een kind voor me’, laat verschil zien tussen eigenaren met en zonder kinderen. Wie een kind én een kat heeft, zegt dat er echt wel een verschil is in de relatie die je hebt met beide. De kinderen gaan voor, en dat kan betekenen dat de kat soms weg moet bij bijvoorbeeld een allergie bij het kind. Voor wie geen kinderen heeft, is de kat steun en toeverlaat. Het vervangt echter niet de relatie die we hebben met een medemens, en noemen dat de kat als je kind is, zegt alleen iets over de relatie die je hebt met het dier. Het belangrijkste is dat je de kat natuurlijk wel dier laat zijn. 

 

Over de laatste stelling, ‘mijn kat is een onmisbaar familielid’, waren de meeste eigenaren het over eens. Het hebben van een kat is voor de meeste eigenaren onmisbaar. Een kat vervangen kan niet, maar zonder kat komen te zitten? Tenzij het verdriet om een overleden kat echt te veel is, zouden niet veel eigenaren dat willen. 

 

  • Laura Geeraerts heeft twee katten.

     

  • Yara Roijen heeft drie katten. 

     

  • Janine Coenen heeft twee katten en twee volwassen kinderen. 

     

  • Els Maroy heeft twee katten. 

     

  • Anne Ouwens heeft drie katten en vangt in het voorjaar ook kittens op.

     

  • Caroline Kellner heeft vier katten en haar vriend één. Ze heeft vier kinderen.

     

  • Lidy Wessing heeft drie katten en vier volwassen kinderen. 

     

  • Angelique van Velzen heeft drie katten.

     

  • Evelien van Puymbroeck heeft één kat. 

     

  • Nienke Endenburg is GZ-psycholoog en universitair docent aan de Universiteit Utrecht, faculteit Diergeneeskunde, departement Dier in Wetenschap en Maatschappij. 

     

  • Marie-José Enders-Slegers is bijzonder hoogleraar Antrozoölogie aan de Faculteit Psychologie van de Open Universiteit in Heerlen en bestudeert de relatie tussen mens en dier.

     

  • Gabriëlla Stam loopt stage bij Me & My Cat (en Me & My Dog) en doet daarvoor ook haar afstudeeronderzoek naar het huisdier als onmisbare familielid en de vermenselijking ervan. Voor de online communities maakt ze daarover een videoserie. 

 

Ook reageren op deze stelling? Dat kan hieronder!

Om de bijhorende reacties te bekijken heb je een account nodig.

Registreer of log in als je reeds een account hebt.

Leden

2523

Foto's

792

likes

1473